Beleving van doorfietsroutes
Nederland is volop in beweging als het gaat om het realiseren van doorfietsroutes. Overal in het land worden nieuwe, veilige en comfortabele fietspaden aangelegd die fietsers snel en veilig van A naar B brengen.Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de infrastructuur—zoals brede paden, veilige bermen en logische oversteken—maar ook naar sociale veiligheid, comfort en aantrekkelijkheid van de route. In de provincie Utrecht zijn al 9 doorfietsroutes deels of helemaal aangelegd en start voor 5 nieuwe doorfietsroutes binnenkort een studie. Dit alles moet leiden tot meer fietsers en het liefst ook minder autogebruik.
– Partnernieuws Arcadis
Maar wat leveren deze investeringen nu op voor de fietser? Welk effect heeft de aanleg van de doorfietsroutes op de beleving en de waardering van de fietsers.? Wij meten, in opdracht van de provincie Utrecht, de beleving van fietsers op deze doorfietsroutes. We zetten hiervoor de vragenlijst van de Tour de Force in. De nameting van de eerste doorfietsroute gaf al direct mooi resultaat. De beleving op de doorfietsroute Amersfoort-Bunschoten ging van een 6,6 naar een 7,6: van een “voldoende” naar een “goed” zouden ze op school zeggen. 20% van de respondenten is meer gaan fietsen, waarvan de meerderheid hiervan dit heeft gedaan in plaats van de auto. De verbetering van de route was naast lichaamsbeweging de belangrijkste reden om meer te gaan fietsen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de realisatie van de doorfietsroute tussen Bunschoten en Amersfoort heeft bijgedragen aan meer fietsers en minder auto’s op deze route.
“De beleving van doorfietsroute Amersfoort-Bunschoten is gestegen van een 6,6 naar een 7,6. 20% van de respondenten is meer gaan fietsen, met name in plaats van de auto.”
Hoe meten we effect?
We meten het effect op de beleving van de doorfietsroutes door een voor- en een nameting te doen. In de voormeting meten we puur de beleving van de “oude” route. In de nameting meten we opnieuw de beleving, maar nu op de nieuwe route. Ook vragen we specifiek naar het gewijzigde gedrag en de achterliggende redenen hiervoor. Door beide metingen te vergelijken, weten we of de beleving van het fietsen op de doorfietsroute is verbeterd en we weten iets over waarom de respondenten hun reisgedrag hebben aangepast. Daarnaast voert de provincie ook tellingen uit om te zien of er daadwerkelijk meer mensen fietsen over de doorfietsroute.
Wat hebben we geleerd?
We meten de beleving middels vragenlijsten waarvoor we respondenten werven via sociale media. Een aantal lessen die we geleerd hebben:
- De beleving is op álle aspecten verbeterd: directheid en breedte, technisch en beheer, doorstroming, veiligheid én aantrekkelijkheid
- Technische en beheer aspecten zijn belangrijk: Ook op deze thema’s is de beleving verbeterd. Om dit zo te houden is het belangrijk goede beheerafspraken met wegbeheerders te maken
- Lokale media: lokale media zijn, naast sociale media, een belangrijke weg naar lokale respondenten. Gebruik maken van lokale media levert respons op van mensen die de oproep van sociale media niet openen of niet zien
Optimaal benutten belevingsmetingen
Uit de voormetingen komt waardevolle informatie over de beleving op de “oude” route. Dit geeft aan wat de fietsers als prettig ervaren, maar ook wat zij als minder prettig ervaren. Dit geeft handvatten om de route niet alleen te ontwerpen op de richtlijnen, maar vooral ook te kijken naar wat gebruikers specifiek op deze route belangrijk vinden. Wellicht is hier de sociale veiligheid een belangrijke drempel, zijn voorzieningen zoals bankjes extra wenselijk, worden kruispunten als onveilig ervaren. Door tijdens de voormeting de respondenten op meerdere trajecten te bevragen kan dit meegenomen worden in de afweging voor de tracékeuze.
De komende jaren meten wij van nog meer routes de beleving vóór en na de realisatie van de doorfietsroute en verzamelen we steeds meer data. De resultaten van deze (en andere) metingen wordt gebundeld in een landelijk dashboard (Microsoft Power BI). Doordat er landelijk op dezelfde manier wordt gemeten kunnen ook hier lessen uit getrokken worden en de ontwikkeling van doorfietsroutes verder worden geoptimaliseerd.
Samen kunnen we zo routes ontwikkelen waarvan fietsers denken “daar wil ik rijden!” en waarvoor ze graag de auto laten staan.

Header afbeelding bron: Beeldbank provincie Utrecht
morenews
Internationale blik op SUMP’s tijden het pre-precongres
Het NVC begon dit jaar nog eerder dan we gewend zijn. Mede op initiatief van de gastheer en onder leiding van CROW-collega Marco van Burgsteden kwamen tientallen professionals bij elkaar voor het SUMP Mini-symposium om te luisteren naar en praten met Sustainable Urban Mobility Plan (SUMP)-casussen uit Nederland, Duitsland en België. Keulen is vanaf 2022… Lees verder ›
Kennis slurpen tijdens het Nationaal Verkeerskundecongres
Na een geslaagd precongres op woensdag, met een recordaantal bezoekers, inspirerende excursies naar Q-Park en de welbekende outlet – niet om te shoppen -, en informeel netwerken, is vandaag de congresdag zelf aangebroken. Een dag in het teken van kennis slurpen en samen in beweging komen. Een eerste bericht van de congresvloer. Dagvoorzitter Pieter Litjens… Lees verder ›
Van A naar B zonder twijfel Bewegwijzering: het geheim achter uniformiteit en continuïteit
Hoe laat je weggebruikers van Amsterdam naar Rotterdam rijden zonder te verdwalen? Stephen Jansen van de Nationale Bewegwijzeringsdienst (NBd) en Bastiaan Pigge van kennisplatform CROW vertellen er tijdens het Nationaal Verkeerskunde Congres meer over. Een tipje van de sluier. – Partnernieuws Nationale Bewegwijzeringsdienst ‘Eenduidige bewegwijzering maken is complexer dan je denkt,’ zegt Stephen Jansen, senior… Lees verder ›
